Buurtlink
Maak een keuze uit wat je wilt toevoegen
Stel buurtgenoten op de hoogte van activiteiten aankondigingen en evenementen
Heb je spullen te koop, gratis op te halen of ben je naar iets op zoek
Deel beelden uit de buurt van je favoriete plekken, monumenten of bezienswaardigheden
Deel verhalen uit de buurt over evenementen, historie of bijzondere bewoners
Roep de buurt op om een mening te geven of een stelling, klacht, opinies of meldingen
Schakel je buurtgenoten in voor hulp bij verloren voorwerpen, huishoudelijke zaken of klusjes
Ga een gesprek aan met je buurtgenoten
1. Plaats jouw kalender in de buurt
2. Waar vindt het plaats?

Het bericht wordt geplaatst in alle buurten binnen een straal van 10km

1. Plaats jouw vraag of aanbod in de buurt
2. Wat is de locatie?

Het bericht wordt geplaatst in alle buurten binnen een straal van 10km

1. Deel je foto of video
1. Vertel je verhaal
1. Deel je oproep met de buurt
1. Deel je hulpvraag met de buurt
2. Plaats het in de buurt
1. Stuur een bericht aan je buren
2. Plaats het in de buurt
Thumb 2014%2bhenk

Verhalen / Waargebeurd verhaal van

Het varken

Dit is een fragment uit mijn laatste boek "De spuigaten uit", allemaal waargebeurde verhalen.Het varken

Het is een heerlijke zomerse dag in juni en het zonnetje doet zijn uiterste best het ons aangenaam te maken. Onderweg naar huis passeer ik de leerlooierij van Gijs Seelen, als ik in de Hoofdstraat vlakbij mijn huis een politiewagen met zwaaiend licht zie staan.
Wat is daar aan de hand, vraag ik me af.
Onder het lopen welt de gedachte in me op, dat er misschien iets is gebeurd met of rondom ons huis.
Die gedachte doet me sneller lopen en ik bereik spoedig de krui-sing van de Heistraat met de Hoofdstraat.
Dan zie ik wat er gaande is.
Een varken, een enorme zeug, staat midden op de rijweg en zorgt voor een behoorlijke consternatie. Het is net twaalf uur geweest en dat betekent topverkeersdrukte – voor een dorp natuurlijk - in onze straat, omdat velen, zoals ik, even thuis gaan eten.
Maar iedereen wordt hier opgehouden.
Aan de ene zijde blokkeert een dwars geparkeerde Volkswagen bus van de politie de hele straatbreedte en het verkeer aan de andere kant van de kruising wordt tot stilstand gebracht door een politieagent met opgestoken arm.
Een tweede agent staat midden op de kruising bij het enorm varken. Met tikken van zijn wapenstok probeert de politieman enige beweging te krijgen in het logge beest en het dier van de straat af te krijgen, maar het boerenzwijn wil niet voor of ach-teruit! Met twee grote onschuldige varkensogen kijkt de zeug de man in het blauwe uniform vragend en eigenzinnig aan. Of zij wil zeggen: “Wat mot je met die stok? Als je me zo behandelt, ben ik niet van plan om hier weg te gaan!”
Steeds meer mensen stromen toe en blijven naar dit vermakelijke schouwspel kijken.
Hoe gaat dit aflopen?
De agent bij het eigenwijze varken gaat assistentie van enkele omstanders krijgen om het logge dier van de straat weg te leiden. Ze trekken aan zijn oren en staart, duwen tegen het achterste van het zware beest om het enigszins in beweging te krijgen.
Maar het dier is daar niet van gediend en niet van plan om mee te werken! Ze zet haar poten schrap tegen de klinkerweg en alle geduw en getrek ten spijt: het koppige varken is geen centimeter te verplaatsen.
Verder blijft het beestje rustig.
Het schreeuwt niet, zoals een varken toch behoorlijk kan doen, maar laat alleen een zwaar misnoegend geknor horen. Duidelijk dat ze het totaal niet eens is met de manier, waarmee ze wordt aangepakt en verzet daarom ook geen poot.
“Kan ik hellepe?” roep ik naar de agent, die zijn pet afgenomen heeft en in zijn haren staat te krabben, omdat hij niet meer weet wat te doen om de weg vrij te maken.
“Za’k um mee oppakke, dan kunnen we hem misschien wat ver-plaotse?”
De politieman schudt zijn hoofd en kijkt mistroostig naar de grote harige zeug. Deze agent is een Brabander en spreekt ook die taal.
“Ik denk, da ut beest te zwaor is om op te heffe. We krijge ut ginne millimeter van zun plak. Het is hier wel levensgevaorlijk mee dè vèrreke op straot. As we ut nie gauw weg krijge, za ’k ut aaf motte schiete!”
Dood schieten, dat is nog al drastisch!
Maar ja, veiligheid in het verkeer gaat voor alles!
Ik kijk even rond. Er zijn intussen steeds meer nieuwsgierigen aan komen lopen, dus hulp is er eigenlijk genoeg. Iedereen kan ook met een gerust hart vlakbij de zeug komen, want de krulstaart is totaal niet agressief.
“Ik woon hier en heb nun afgeslote werft,” vervolg ik en wijs naar ons huis. De wethandhaver, die nog steeds in zijn haar staat te krabben, weet echt niet, hoe dit opgelost moet worden zonder dat de eigenaar ter plekke is. En hij snapt ook wel, dat doodschieten niet direct een optie is.
“As we’m nou de poort in krijge, dan is ‘t vèrreke opgesloten op mijne werft, mar dan motte we wel meer volluk hebben om ‘m te heffe.”
De agent zet zijn pet weer op en knikt bevestigend.
“We zulle iets motte!”
Hij chartert tussen de omstanders enkele stevige mannen, terwijl ik de poort naar ons erf alvast open ga zetten.
Het wordt een zwaar karwei: vanaf het midden van de straat, waar het varken staat, tot aan onze poort is ongeveer tien meter. Maar het totaal niet meewerkende dier weegt misschien wel tweehonderd kilo!
De agent stelt aan elke kant van het varken drie man op; meer mannen gaan er niet naast elkaar. Dus met zes sterke mensen moet het dier naar de poort te bewegen zijn!
Voorzichtig tillen we de zware beest op en zetten hem een stukje de goede richting in.
We moeten wel opletten, waar we de zeug beet pakken, want aan zijn vele memmen zal ie net zo gevoelig zijn als een vrouw! Als je daar in knijpt, weet je wat er gebeurt!
Decimeter voor decimeter komen we dichter bij de stoep. Er komt dus schot in. Na elke ‘één, twee, drie!’ zijn we weer nader bij de ingang van ons erf gekomen.
De zeug zelf spartelt totaal niet tegen, maar ze doet ook helemaal geen moeite om het voor ons wat gemakkelijker te maken. Ze laat zich telkens gewillig optillen en kijkt net in ‘t rond, alsof ze ’t hele gebeuren nog leuk vindt ook. Er gaat wel ruim een kwartier overeen, voordat we met zes man, diep zuchtend, de poort achter de kont van het varken kunnen sluiten.
Het dier is nou op een veilige plaats en de weg kan vrij gegeven worden. De agenten parkeren hun wagen langs de kant van de straat en het verkeer kan met een gerust hart door de Hoofdstraat rijden.
“Van wie is dat varken nou eigenlijk?”
Het is de politieman, die aan een zijde het verkeer tegen hield en duidelijk geen Brabander is, die de vraag stelt.
Wij halen ons schouders op. We staan nog een beetje na te hijgen van het gedane karwei.
“Ik wit ut nie.” Ik kijk deze politieman aan en knik richting de achterkant van ons erf. “Meugeluk van boer de Hoon hier vlak aachter oos, Grijze Jaon.”
Zo noemen wij hem in de Rijen.
Ik ben nog niet uitgesproken of door de achterpoort komt buur-man de Hoon onze werft op gelopen. Hij is een kort stevig man-neke, in een overall die vroeger blauw was gekleed en heeft grij-zend haar, waaraan hij zijn bijnaam dankt.
‘Grijze Jaon’ is vrijgezel en een man van weinig woorden. Hij zegt dan ook nu niks, kijkt de politiemensen even zwijgend aan en loopt dan recht op zijn varken af.
“Kom mar kuuske,” roept hij naar zijn zeug, want daar praat hij wel tegen, en maakt een kussend geluid met zijn lippen.
“Tju, tju tju, kom mar,” en Grijze Jaon loopt zonder verder tegen ons iets te zeggen en om te kijken, of het varken wel of niet rea-geert, terug naar onze achterpoort.
Hij is er nog al zeker van dat het dier hem zal volgen en krijgt daarin gelijk! De grote zeug zet zich langzaam in beweging en waggelt achter de boer aan ons erf over en de achterpoort door. Regelrecht naar de wei en haar hok, waaruit zij ontsnapt is, en die zich achter onze grond bevinden. Bij de boerderij van onze buurman.
We kijken elkaar aan.
Eerst verbluft, maar de verbazing slaat om in een vrolijke lach.
Wij zijn ruim een kwartier zwaar aan het tillen geweest om die zeug van een paar honderd kilo tien meter te verplaatsen. En nou loopt ie op z’n gemak achter z’n baas aan naar huis!
Het moet niet gekker worden!

Centrum, Oosterhout